Enkele dagen voor de blijde intrede van de studenten heerst er op de (werf van) de nieuwe campus een soort gedempte drukte. Er wordt ingeschreven, ingericht, verhuisd, bemeubeld, afgewerkt en gecorrigeerd. En dat allemaal tegelijk en door elkaar. Het is een race tegen de tijd en het gaat vooruit, al beweren zwartkijkers en kwaadsprekers dat het eerder achteruitgaat. Maar kijk, wij zitten hier toch maar lekker aan een nieuw bureau op een fraaie draaistoel en we hebben een zwarte telefoon met zoveel intelligente menu's dat je spontaan naar een ouderwetse draaischijf verlangt.
Krrrrr. De rillingen lopen over je rug als je eraan terugdenkt. Zo'n krolse telefoon met een krulstaart.
De correctoren zijn overal. Ze werken lijstjes af en plakken stukjes gele tape op de mankementen. Ze brommen en schudden afkeurend het hoofd. Soms slaken zij een zucht. Of slaan de vlakke hand tegen het voorhoofd.
Hoe is het in godsnaam mogelijk? Dedju toch. Godverdomde amateurs. Zie dat hier, die heeft met een soeplepel geverfd zeker? "Tja, ze hebben in het putje van winter moeten plamuren hé", zegt de corrector die een natte strook aanwijst. "En dat doe je niet." En in één adem voegt hij eraan toe dat hij nog 'jonkman' is, maar dat er hoop voor hem is want 'ge ziet tegenwoordig een hoop gasten met vrouwkes die een pak jonger zijn, wel vijftien jaar." Zo dat weten we dan ook weer. Dank u wel daarvoor.
Er duikt ook een hele lange en een hele brede schilder op. Hij heeft een droeve oogopslag en een Hollandse tongval. Plechtig stapt hij met een diepe pot verf door de bibliotheek. Als een reus op lemen voeten, beducht om iets te stuk te trappen. Een tafel of zo'n leuk geel stoeltje met pootjes als lucifers.
"Pardon", zegt hij in zijn beste Vlaams. "Zou ik een
stylo kunnen lenen?"
"Natuurlijk. Gaat u een gedicht schrijven?"
"Inderdaad, zegt hij. "Hoe raadt u het? Ik heb een schildersoog, ziet u. Ik zie alles. Elke druppel, elke barstje. Soms wordt me dat te veel. Dan breekt mijn hart. En dan schrijf ik een haiku."
"Zoals?"
Door dit schildersoog.
Afbladderende dagen.
Gestolde tranen. En weg is hij. Eenzaam corrigerend. Een ladder heeft hij niet nodig. Hij past amper in de lift.
Ach, de wereld is niet volmaakt en de mens al helemaal niet en haast en spoed is zelden goed, maar het blijft een mooie campus natuurlijk. En ei zo na klaar voor gebruik.
Natuurlijk zien we op onze fotoronde links of rechts wel een paar scheurtjes, een scheve reling of een rammelend plafond, maar het is toch vooral genieten in een wondere wereld van comfort en vrijgevigheid. In de bib staan wonderbaarlijke wegkruipzetels op wieltjes en uit de automaten haal je verrukkelijke, ecologisch voortreffelijke en economisch doodeerlijke dranken als
sterke koffie, chococino en choco deluxe voor de luttele som van 30 cent. Zeg nu zelf. Daar kun je doorgaans niet eens voor plassen. In vele leslokalen hangen superslimme schoolborden als omgekeerde operatietafels aan de muur en de cursusdienst is een trendy bookshop waar je ook souvenirs kunt kopen.
In de nieuwe keuken kleurt prinses Linda prachtig bij het magenta van de restaurantstoeltjes. Linda is blij met haar glimmende stalen keuken, maar zij blikt bezorgd naar de verse zandsporen op de pas geboende tegels. "Morgen hebben we onze eerste grote test", zegt ze. "Dan moeten we 1200 broodjes voor de nieuwe studenten smeren en dan moet het hier kraaknet zijn hé. Nee hoor, geen probleem. We hebben wel wat weinig werkbladen voor zoveel broodjes, maar met zes man om te smeren, lukt het wel."
In de agora staat Chris te wankelen op een trapladdertje. Boven op een tafeltje. Zij riskeert lijf en leden om een symbolische open poort met verse zonnebloemen te versieren. "Pftt", lacht ze schamper. "Iets van niks. Waar ik vandaan kom, kon je op elk moment van de dag het plafond op je kop krijgen."
Als dat geen vooruitgang is, dan weten wij het ook niet meer.




Meer foto's
in ons album.