woensdag 28 december 2011

Jingle bells

Het is geen lachertje als nieuw departements- hoofd aan de slag te gaan op campus Turnhout. Zeker niet bij de meisjes en de jongens van 'bewegingsrecreatie' of 'outdoor'. Voor je er erg in hebt, hebben ze je zo op de stang gejaagd dat je vijftien meter hoog aan een touw tegen een kale muur bengelt, in de grijze Turnhoutse winterlucht, steevast vol kraaien en ander zwart gebroed. En dat in hemdsmouwen.
De kerstman op de dakrand knipoogt en grijnst en je weet niet goed hoe hij dit precies bedoelt. Maar alles is gecheckt en safe en terwijl je het touw viert, vier je een soort blijde intrede, al treed je eigenlijk af. Je voelt je steeds lichter worden en je belandt uiteindelijk, verlicht, vertederd en bevrijd, op een begane, vriendelijke grond. Je hebt een geslaagde entree gemaakt.

Meer beelden van het dolgedraaide 'kerstevent' op campus Turnhout vind je in ons album.

vrijdag 24 juni 2011

Sprookjeswereld

Het eerste jaar op de nieuwe hogeschoolcampus in Turnhout zit er bijna op. En het is voorbijgevlogen. Het nieuwe gebouw heeft het schitterend gedaan. Niet dat het allemaal volmaakt was, dat nu ook weer niet. Er doken hier en daar nog wat kwaaltjes op. Kinderziektes, zoals ze dat noemen. Dat schijnt normaal te zijn bij een Groot Werk. Lichte koorts, kortademigheid, bof, kinkhoest, windpokken en occasioneel bedplassen. U kent dat wel. De verplegers van het water, de stroom en de lucht zijn nog regelmatig langs mogen komen met hun koffertjes. Op een dag kwam er zelfs een soort chirurg aan te pas voor een kijkoperatie. Meestal was het euvel zo hersteld, maar af en toe bleek het geval toch enigszins chronisch of tenminste: moeilijk verklaarbaar bij de huidige stand van zaken en kennis van de wetenschap in het algemeen. Zoals dat hoge zingen in de luchtpijpen en dat ene hardnekkige lek. Doorgaans ligt de oorzaak dan Elders. Bij een hogere macht. Of een saboteur. Zo gaat dat nu eenmaal. Sommige dingen zijn ongrijpbaar. Een kniesoor die daarover valt.
Zand erover. We delibereren de kleine ongemakken, waarvan geen sprake meer, en geven grote onderscheiding voor de schitterende prestatie van het Grote Geheel. Het is een voorrecht hier te mogen werken, studeren en leven. Het ziet er fantastisch uit en zo voelt het ook. Gisteren presenteerden de onderwijzers en leraars in spe hun eindwerken. Niet dat we het allemaal even goed begrepen, maar het was pedagogisch meer dan oké en het zag er allemaal patent uit. Je zou direct je lagereschooltijd willen overdoen om te leren rekenen en schrijven bij deze kindvriendelijke, enthousiaste jongens en meisjes. Geen grijze stofjassen meer, geen lineaaltikken op je vingers en snerpende krijtsporen op je ziel, maar phantasy en avontuur in een kleurrijke sprookjeswereld. Leve het onderwijs.

De foto's bewijzen het.

maandag 4 april 2011

Vrijwillig bloeden

De nieuwe campus van de K.H.Kempen in Turnhout is in de volksmond al omgedoopt tot campus Blairon. Naar de straatnaam en de naam van de aanpalende campus, de voormalige Blaironkazerne waar menig malloot, deze jongen incluis, in lang vervlogen tijden in groene bussen naar toe werd vervoerd, om een battledress en een servicepak aangemeten te krijgen. Pfftt. Ik herinner me de precieze benamingen niet meer, maar het ene was om in te werken en desnoods, en gelukkig, in te sterven voor het vaderland en in het andere mocht je reizen en in het openbaar verschijnen.
Het zat allemaal schots en scheef en het paste van geen kanten, maar het was dan ook voor echte mannen gemaakt.
Ja, wij zijn nog van de generatie die het volk onvrijwillig behoed heeft voor binnenstormende hordes uit het Oosten en daarvoor een ijzeren gordijn bewaakte. Ik weet het: u gelooft uw oren niet, maar het is echt waar. Het gordijn is uiteindelijk vanzelf gevallen en de overstekende wilden bleken ongewapend en ongevaarlijk, maar dat is een ander verhaal.
De jongelui, hier op de nieuwe campus, hebben nog nooit een marsbevel gekregen en dienen zich niet meer aan te melden voor de dienst aan vorst, vaderland en moederkoek, maar dat betekent niet dat ze geen idealen meer hebben meneer, wel integendeel. Op vrijdag 1 april verzamelden zij eerst voor een fairtradeontbijt (allemaal eerlijke koloniale voedingswaren), waarna zij spontaan en geheel vrijwillig hun bloed gingen geven voor een of ander hoger doel. Ze stonden daarbij in lange rijen aan te schuiven om zich te laten doorboren. Wie durft te beweren dat de jeugd van tegenwoordig geen idealen meer heeft, en geen guts, is gewoon een loser.
De bewijzen van spontaan modern engagement en zelfopoffering vindt u in ons album.

woensdag 19 januari 2011

Alors on dance

De nieuwe campus bruist. Er wordt niet alleen gewerkt en gestudeerd, verre van. Als je deze foto's mag geloven, wordt er vooral geacteerd en gedanst. Alsof het leven op deze planeet ervan afhangt. Alsook het leven op alle andere planeten. Sommigen dansen in zichzelf, om hun eigen as. Zij tobben over de dansvloer. Anderen dansen in hogere kringen. Sommigen botsten op hun eigen muren, sommigen houden schijnbaar moeiteloos het contact, blijven in de pas. Dansen vereenzelvigt, dansen verenigt. Dansers zijn niet en net wel van deze wereld.

woensdag 22 december 2010

Kiekjes

Met de publicatie van het knappe en hartverwarmende kijk- en leesboek Man meet lucht en de presentatie daarvan op de plechtige opening van de nieuwbouw, hebben we deze blog over de bouw van de nieuwe campus in Turnhout officieel afgesloten. En hoewel er nog geregeld werklieden van allerlei aannemers passeren om ergens aan te prutsen of op te kloppen, gaan we geen werfberichten de wereld meer in sturen. Gedane zaken nemen geen keer. Alea iacta est. Of dacht u misschien dat we hier in Turnhout geen Latijn kennen.

Inmiddels bruist de campus echter van het leven en zien we dag in, dag uit hoe een nieuwe kleurrijke gemeenschap geboren wordt. Zomaar. Vanzelf. Spontaan. Je weet niet waar je eerst moet kijken. Het lijkt wel permanent kerstmis. Witte kerstmis. Permafrost. Of zoiets.

Daarom hebben we, tegen beter weten in en omdat we niet anders kunnen dan hierover te getuigen, besloten ons album te blijven vullen met kiekjes. Blijven kijken dus.

dinsdag 9 november 2010

Zuster Domotica

Het is tijd om de blogboeken te sluiten. De campus staat er, zoveel is zeker. Zelfs Johnny, de stroomman, is vertrokken. Hij is het langst gebleven want wat is een mens zonder stroom? Een holbewoner, inderdaad. Wat valt er dus nog te zeggen over de nieuwe campus?

We zouden kunnen beginnen over de zachte dictatuur van Zuster Domotica, de nieuwe huismeesteres, die alle knoppen van de campus bedient. Ook die van de verwarming helaas. De zuster is streng in haar beoordeling van de temperatuur. Soms hebben we het een beetje te warm, soms een beetje te koud. Zij maalt daar niet om. We moeten daar maar tegen kunnen, vindt ze. Iedereen gelijk voor de wet. Ze vindt dat een vorm van immanente gerechtigheid.

We zouden ook kunnen beginnen te zagen over de eerste, nog verse sporen van spontaan verval en vermetele beschadiging, over het zurige melkgebit van de tijd dat kleine, venijnige hapjes uit onze koek neemt. Of over de digitale storm die hier door de gangen blaast en de klopgeesten die zich onder het plafond en achter ondoordringbare voorwendselen verschuilen, maar ach en (voor de Hollanders) jeetje. We eindigen liever in schoonheid en flikkeren deze handel op de digitale vuilnisbelt, waar hij thuishoort en waar we ooit allemaal zullen eindigen, in een diepe, diepe databank. Zucht.

Maar niet getreurd, het blogboek 'Man meet lucht' ligt hier vers van de pers, in de pampers. 136 bladzijden op 34 getatoeëerde vellen, in een tamelijk stijve kaft genaaid en als u dat ouderwets vindt, dan heeft u het gelijk, maar de wat verschrompelde kleuter in ons kraait van pret.

De flaptekst leest u hier:

Bestaat de oude korporaal-chef die in de kelders met een bak Goldor over de vloer sleept, echt? Is een kraanman een opperwezen? En communiceert men op de werf met een stappieklappie? In de blog over de bouw van de nieuwe Turnhoutse campus van de K.H.Kempen gingen realiteit en fictie, vakjargon en poëzie, grap en ernst, wijsheid en waanzin door de betonmixer. Het resultaat was telkens een klein, intens gefotografeerd en beschreven stilleven van een bedrijvigheid die in dit land alomtegenwoordig is, maar die doorgaans niemand echt opmerkt.

Foto's van de officiële opening van Campus Turnhout op vrijdag 26 november 2010: vanaf maandag in ons album.

vrijdag 1 oktober 2010

Noelle

Nu Noelle is gearriveerd op de nieuwe campus, kunnen we met een gerust gemoed de blogboeken sluiten. Noelle is een blanke vrouw, welgevormd, blondgelokt, blauwe ogen, gemiddeld van lengte, voorzien van een fraai stel benen en een ruime schoot. Bevallen is namelijk haar beroep.
Noelle bevalt op commando. Volgens elk denkbaar scenario. Vanuit elke mogelijke ligging en maanstand en van elke denkbare baby, bruin of bleek, roze of blauw. Noelle is ook verkrijgbaar in een andere huidskleur. Als Noelle een callgirl was geweest - iedereen komt, als je Noelle roept - dan verkeerde ze beslist in de hoogste kringen, want zij is allesbehalve goedkoop.
De mevrouw die met Noelle is meegekomen, kan er niet mee lachen dat we 'Ha Cruella' roepen als we de virtuele verloskamer binnenkomen voor een kiekje en een piepje want hier is echt wel sprake van flagrante inkijk. Noelle ligt helemaal open, de borsten ontbloot, de benen gespreid, het deksel van de schoot. Je kijkt gewoon bij haar binnen, tegen de stuurstang in haar buik. Ook Fotograaf F. weet het even niet meer. Hij denkt dat hij in de verkeerde film zit en zwaait hulpeloos met zijn camera. This is serious business.
De vroedkundedocenten zitten gespannen rond de console op de schoot van de instructrice. Ze proberen zoveel mogelijk te onthouden van de gebruiksaanwijzingen die ze prijsgeeft. De dame met de uiterst gevoelige touchpad ratelt maar door over het programmeren en simuleren van courante en minder courante bevallingen, interventies en correcties, over moederkoek, navelstreng en bloed, vreugde en paniek, het natte, kapotgewrongen washandje in de hand van de bleke papa.
En dat heet dan een bevallingsrobot ha. Dit is pure magie. Ze hebben ooit drie Noelles aan Afghanistan geleverd, lezen we op het web, maar die hebben ze nooit aan de praat gekregen wegens 'technische problemen'. Gesaboteerd door de Taliban zeker.
Ach, robots. We gaan ze niet uitsluiten. Het zijn ook mensen he. Als je dankzij een vluchtsimulator kunt leren hoe je een op hol geslagen jumbojet aan de grond krijgt, dan kun je ook een dwarsligger naar de uitgang leiden met de hulp van Noelle. Oké, nu kunt u zeggen dat zo'n domme jumbojet geen vrouw van vlees en bloed is en misschien heeft u daar wel een punt of een aflaat, maar als die neonaat van Noelle is gecrasht, dan veeg je hem schoon, stop je hem terug en begin je van vooraf aan. Same player shoots again. Tot je het kunt. Punt.
Noelle heeft daar geen problemen mee. Het is helemaal haar ding.
Zelf beginnen we er niet meer aan. Noch aan het vliegen met een jumbojet, noch aan het baren. Hightech of niet. We hebben geen verstand van automaten tout court. Toen we met onze nieuwe betaalkaart naar de nieuwe snackautomaat gingen voor een chocoladewafel, kwam er na 35 vruchteloze betaalpogingen en beginnende dementie wegens de tegenstrijdige boodschappen op de diverse displays en stickers, een Twix uit. Een Twix, godbetert.

donderdag 23 september 2010

Zeppelin

De tijd van de verwondering is voorbij. De nieuwe campus is in gebruik genomen. Dat ging vanzelf. Zonder poeha of poespas. Een rondleiding, een woordje uitleg, een foto en daar hingen ze: de studenten. Op de vrolijk gekleurde poefjes in de agora, aan de tafels van het studentenrestaurant. Braaf in de rij voor frieten met stoverij of belegde broodjes. Kip curry en tonijnsalaa. Alsof ze er altijd waren geweest. Geen oh's en ah's. Geen spatje dankbaarheid. Zo kennen we ze weer. Vanzelfsprekend aanwezig. Helemaal in het heden.
Waar kwamen ze eigenlijk vandaan? Van om de hoek ongetwijfeld, maar ook van heinde en ver. En misschien wel uit het niets, ergens uit de heide, want niemand zag ze komen en bezit nemen van de ruimte. De gazet berichtte dat het met de voorspelde en alom gevreesde verkeersdrukte en dito parkeerproblemen nogal meeviel. En dat ondanks de substantiële aanwas van de Turnhoutse studentenpopulatie. (Dit, tussen haakjes, dankzij de "aantrekkingskracht van de nieuwe campus". Alsof dit fijnzinnig bekabelde bouwwerk een supermagneet is, een zwart gat. Komaan jong.)
Eerlijk gezegd, wij hebben er helemaal niets van gemerkt. Alsof er geen studenten waren. Alsof ze met duizend en meer waren opgelost. Alle rampscenario's mochten meteen worden opgeborgen. Ze vonden hun weg en ze voelden zich pardoes thuis.

Het lijkt wel alsof deze campus hiervoor is gemaakt. Voor studenten.

Terwijl het jonge volkje de eerste stift- en kauwgomsporen trekt om het vluchtige, maar onvergetelijke studentenbestaan te markeren, lopen er ook nog werklieden rond. Vooral de rode mannetjes van de stroom. Het is immers niet zo dat alles al af is en dat alles al perfect functioneert. Maar ons hoort u niet klagen. Wij kunnen wel tegen een stootje.
Kijk, ze zijn zelfs al plantjes in de perken aan het neerpoten. Randversiering. "Ik nie weet, kij vraag ploegbaas", zegt de tuinman bij wie we naar de plantennamen informeren, want zo zijn we: we willen alles weten om het daarna prompt weer te vergeten.
Er liggen ook al enkele peuken tussen het pas geplante groen want de achterkant van het gebouw is meteen een gedoogzone voor de vrolijk verder paffende medemens. Een peukenpaleisje. Zo zoekt alles en iedereen hier zijn weg. Ook het schijfje tomaat dat uit een smoske is gesprongen - als een krijgsgevangene uit een Duitse zeppelin - en als bij wonder heelhuids op de grond is beland. Het heeft amper twee keer naar links en rechts gekeken of het wordt al platgetrapt door een verstrooide student. Een tragisch einde.
Vijf minuten later is het tomatenspoor al weg. En dat bewijst dan weer de stelling van diensthoofd E.: "Onze poetsploeg maakt niet schoon, ze houdt het schoon."



Vaart wel en levet scone.

Wie de plantennamen wil kennen, kijkt best naar de foto's en zoekt het op.

donderdag 16 september 2010

Correcties

Enkele dagen voor de blijde intrede van de studenten heerst er op de (werf van) de nieuwe campus een soort gedempte drukte. Er wordt ingeschreven, ingericht, verhuisd, bemeubeld, afgewerkt en gecorrigeerd. En dat allemaal tegelijk en door elkaar. Het is een race tegen de tijd en het gaat vooruit, al beweren zwartkijkers en kwaadsprekers dat het eerder achteruitgaat. Maar kijk, wij zitten hier toch maar lekker aan een nieuw bureau op een fraaie draaistoel en we hebben een zwarte telefoon met zoveel intelligente menu's dat je spontaan naar een ouderwetse draaischijf verlangt. Krrrrr. De rillingen lopen over je rug als je eraan terugdenkt. Zo'n krolse telefoon met een krulstaart.
De correctoren zijn overal. Ze werken lijstjes af en plakken stukjes gele tape op de mankementen. Ze brommen en schudden afkeurend het hoofd. Soms slaken zij een zucht. Of slaan de vlakke hand tegen het voorhoofd. Hoe is het in godsnaam mogelijk? Dedju toch. Godverdomde amateurs. Zie dat hier, die heeft met een soeplepel geverfd zeker?
"Tja, ze hebben in het putje van winter moeten plamuren hé", zegt de corrector die een natte strook aanwijst. "En dat doe je niet." En in één adem voegt hij eraan toe dat hij nog 'jonkman' is, maar dat er hoop voor hem is want 'ge ziet tegenwoordig een hoop gasten met vrouwkes die een pak jonger zijn, wel vijftien jaar." Zo dat weten we dan ook weer. Dank u wel daarvoor.
Er duikt ook een hele lange en een hele brede schilder op. Hij heeft een droeve oogopslag en een Hollandse tongval. Plechtig stapt hij met een diepe pot verf door de bibliotheek. Als een reus op lemen voeten, beducht om iets te stuk te trappen. Een tafel of zo'n leuk geel stoeltje met pootjes als lucifers.
"Pardon", zegt hij in zijn beste Vlaams. "Zou ik een stylo kunnen lenen?"
"Natuurlijk. Gaat u een gedicht schrijven?"
"Inderdaad, zegt hij. "Hoe raadt u het? Ik heb een schildersoog, ziet u. Ik zie alles. Elke druppel, elke barstje. Soms wordt me dat te veel. Dan breekt mijn hart. En dan schrijf ik een haiku."
"Zoals?"
Door dit schildersoog.
Afbladderende dagen.
Gestolde tranen.

En weg is hij. Eenzaam corrigerend. Een ladder heeft hij niet nodig. Hij past amper in de lift.

Ach, de wereld is niet volmaakt en de mens al helemaal niet en haast en spoed is zelden goed, maar het blijft een mooie campus natuurlijk. En ei zo na klaar voor gebruik.
Natuurlijk zien we op onze fotoronde links of rechts wel een paar scheurtjes, een scheve reling of een rammelend plafond, maar het is toch vooral genieten in een wondere wereld van comfort en vrijgevigheid. In de bib staan wonderbaarlijke wegkruipzetels op wieltjes en uit de automaten haal je verrukkelijke, ecologisch voortreffelijke en economisch doodeerlijke dranken als sterke koffie, chococino en choco deluxe voor de luttele som van 30 cent. Zeg nu zelf. Daar kun je doorgaans niet eens voor plassen. In vele leslokalen hangen superslimme schoolborden als omgekeerde operatietafels aan de muur en de cursusdienst is een trendy bookshop waar je ook souvenirs kunt kopen.
In de nieuwe keuken kleurt prinses Linda prachtig bij het magenta van de restaurantstoeltjes. Linda is blij met haar glimmende stalen keuken, maar zij blikt bezorgd naar de verse zandsporen op de pas geboende tegels. "Morgen hebben we onze eerste grote test", zegt ze. "Dan moeten we 1200 broodjes voor de nieuwe studenten smeren en dan moet het hier kraaknet zijn hé. Nee hoor, geen probleem. We hebben wel wat weinig werkbladen voor zoveel broodjes, maar met zes man om te smeren, lukt het wel."
In de agora staat Chris te wankelen op een trapladdertje. Boven op een tafeltje. Zij riskeert lijf en leden om een symbolische open poort met verse zonnebloemen te versieren. "Pftt", lacht ze schamper. "Iets van niks. Waar ik vandaan kom, kon je op elk moment van de dag het plafond op je kop krijgen."
Als dat geen vooruitgang is, dan weten wij het ook niet meer.



Meer foto's in ons album.

maandag 30 augustus 2010

Goldor

De laatste informatiedag speelt zich af op de nieuwe campus. Het is voor het eerst dat Marleen, kersverse conciërge, vreemd volk over de vloer krijgt. Desgevraagd poseert zij gewillig aan haar voordeur met de gedistingeerde bravoure en de getemperde trots van een kasteelvrouw. Zij oogt vriendelijk maar onverschrokken. Ze is van de duivel niet bang, ons Marleen. En al helemaal niet van de bleke en beverige korporaal-chef die in de voormalige kazerne is achtergebleven en nu als een compleet geschift anachronisme in de kelders van de pas gebouwde campus rondspookt. De brave man was aan de drank en soms kun je hem met een houten bak Goldor of Romy Pils over de vloer horen slepen of ruik je een vleugje van zijn Groene Michel zonder filter. Dat hij maar uitkijkt. Volgens de ploegbaas van Welec, die hier de laatste technische klussen klaart, is het brandalarm zo scherp afgesteld dat alleen al het verlangen naar een peuk de sirenes in gang kan zetten. Waarop alle gangdeuren spontaan hun deurvleugels sluiten. Zelf gezien.
Nee, dat varkentje kan Marleen wel wassen. Dat zie je zo. Ze heeft de alerte oogopslag van een Grieks orakel en haar priemende blik pikt er moeiteloos de snoodaards uit die hun voeten niet vegen. Daarvoor hebben wij geen verborgen camera's, geheime sensoren of urenlange folteringen nodig. Een wolkje Marleen volstaat.
Zij gaat met haar man in een huisje wonen dat via een poortje in de tuinmuur aan de campus grenst. U moet niet denken dat ze met een grote kletterende sleutelbos door de gangen dwaalt. Ze heeft een loper en verder gebeurt alles op de campus automatisch. Of toch ongeveer. Het licht aan en uit, de verwarming aan en af, de deuren open en dicht: het is allemaal een fluitje van een cent. In feite is de campus een soort gigantische jukebox die aan het huis en de tuin van Marleen vasthangt. Als zij op C3 drukt, krijgt u U2 in de klas. Of wat u ook graag hoort.
U kunt daar eens om lachen, maar het stemt tot nadenken.
Gelukkig spotten we op de infodag geen taterende robotten of informatie spuwende automaten. Alleen maar enthousiaste docenten, doorleefde verhalen, bezielde argumenten. Al zien we ze bij de zevende keer fronsen en denken dat een PowerPoint toch gemakkelijk zou zijn. Het zijn ook maar mensen.

Meer Marleen en co in ons album?

maandag 16 augustus 2010

Klinkers

Nadat we op onze talloze omzwervingen in verre buitenlanden verschrikkelijke bosbranden, zonnesteken, zandmosselen, kwallenbeten, muggenplagen, Franse obers en alle andere kwalen van de toeristische Apocalyps getrotseerd hebben, is het goed thuis te komen op de nieuwe campus te Turnhout, nog steeds een beetje werf, maar dan zonder werfleider Koen. Die heeft inmiddels elders zijn tent (een Quechua, of wa?) opgeslagen. Aangeslagen getuigen berichten dat hij met pijn in het hart vertrokken is. Zoals Lucky Luke op zijn Jolly Jumper. Hij heeft niet omgekeken. Wij hebben vergeefs naar een briefje gezocht en in stilte een traan weggepinkt.
In de schone stad Turnhout woedde de voorbije dagen een kale kermis, een markt vol introverte kramen, flapperend tentzeil in bittere regenvlagen, eenzaam rondmalende paardenmolens en gedachteloos wegdobberende eendjes. Vandaag, op de laatste kermisdag, is de hemel opgeklaard, maar we voelen ons nog steeds enigszins beteuterd. De deur van de lege werfkeet staat open en de poster van Ecogirl op de binnenkant van de deur probeert ons, verkreukeld en verlept, te verleiden, maar wij sorteren al (links bij links en rechts bij rechts), dank u wel.
Maar soit, life goes on en het geluk ligt een kraslot verder.
Buiten op de parking zijn er twee razendsnelle klinkerleggers aan het werk. Als ze aan dit tempo doorgaan, ligt straks de halve stad vol klinkers en is Turnhout een klankbord. Aatjes voor de plotse vondst, ootjes voor de verbazing, eetjes voor de afkeer, ietjes voor de schrik die om het hart slaat en uutjes, ja, ook dat nog. En waar ze botsen doet het pijn: ai en au of wat? Oe zo? Wat zouden we zijn zonder klinkers eu? Losers dus.
Amai. We zien een heleboel nieuwe dingen en ook nog een formidabel pak werk. Als dat maar goed komt. Er liggen nog plafonds open, onkruid woekert vrolijk in de perken en elk stuk meubilair komt van Mars. Maar bon, laten we ons beperken tot een opsomming van het nieuwe en het werk overlaten aan hen die daar verstand van hebben.
We spotten buiten nog een fietsenstalling (bijna klaar), vier ronde sorteerpotten die op hutten lijken, een lang klinkerpad van de conciërgewoning naar de campus (dat klinkt als klong, klong, ja, ja, ik kom er al aan hoor) en drie nog liggende lantaarnpalen. En binnen plots een kleine grijze keuken, een kopieertoestel, een piano onder een hoes, blauwe lockers, een paar onthutsend naakte oefenpoppen in een ziekenhuisbed. Maar de klapstukken zijn toch de compactrekken van Nordplan in een of andere kelder. Fotograaf F., in een andere hoedanigheid ook een begenadigd archivaris, fluit bewonderend. Schoon gerief. Draai eens aan het wieleke (akke akke tuut, tuut, tuut) en de rekjes zullen opgaan. Als de trage maar eeuwige blaasbalg die de vlam in de kennis jaagt.
Gewéldig. Ja toch?




Als u hier draait, gaat ons fotoarchief voor u open.

woensdag 7 juli 2010

Oranje prik

Voor de nieuwe campus in Turnhout hangen de vlaggen van de K.H.Kempen en de bouwfirma's Vanhout en Van Roey windstil. Geen uitbundig gewapper. Hoogstens opgewonden kreten en gefluister. Dat past beter bij de gelegenheid.
Een mengeling van ongeloof, verbijstering en groeiende gelukzaligheid bij het aanschouwen van een klein mirakel. Iets tussen "zeg dat het niet waar is" en "wow, knijp eens in mijn arm, het is niet te geloven, het is klaar." Halleluja hopsakee. Hulde aan de bouwers.
Het consortium heeft 13.000 vierkante meter hoogtechnologische hogeschool afgeleverd in minder dan 18 maanden tijd. Ondanks krappe termijnen, koudefronten, hittegolven, en enig doordeweeks gemiezer en gezeik. Er zijn geen ongelukken gebeurd en niemand is zwaar gewond geraakt. Hoogstens wat schrammen en builen en vlagen van weemoed die niemand verklaart.
Anderhalf jaar geleden was dit brakke grond, verzwolgen kazerne. Nu staat er een helder gebouw als een baken in de stad. "Negenennegentig procent is afgewerkt. Wie had dat een paar maanden geleden durven dromen?", glundert Kristel, onze onvermoeibare werfbegeleidster, die grote letters op de generiek verdient.
Hier en daar hangt er nog een draadje los en werfleider Koen komt na het bouwverlof nog even terug om de laatste plooien glad te strijken, maar in september kan het bal beginnen voor honderden studenten, docenten en hogeschoolmedewerkers.
En daar was het toch allemaal om te doen. De K.H.Kempen bestaat voortaan uit vier volwaardige en moderne campussen in Geel, Lier, Vorselaar en Turnhout. Een hecht regionaal netwerk van opleidingen, stageplaatsen, kansen en competenties. Een knooppunt in een groter verband. Van de Associatie K.U.Leuven tot in de verste uithoeken van Europa en de wereld. Halleluja, hup met de beentjes, hopsakee.
Genoeg gepreekt. We moesten nog zeggen dat Gezondheidszorg de boeken, de meeste documenten en het oefenmateriaal al heeft verhuisd. Lerarenopleiding en Handelswetenschappen en bedrijfskunde volgen binnenkort. De eerste verhuis verliep snel en pijnloos. Departementshoofd Rita en facilitair diensthoofd Eddy (ook grote letters op de generiek alstublieft) gingen voorop in de strijd. De ploeg stewards uit Geel, aangevuld met jobstudenten en docenten, klaarde het karwei in twee beurten. De verhuisdozen bleken niet echt opgewassen tegen het gewicht van de kennis en werfleider Koen zag met lede ogen aan hoe zijn pas opgeleverde agora bedekt werd met een kwak slap karton, maar nood breekt wet en het kan maar gebeurd zijn.
Na de verhuis namen we nog even afscheid van onze Koen Boeckx en projectleider Filip Verschueren (hulde en dank aan hen en hun hele ploeg: projectleider technieken Tom Smets, Wim De Walsche, Alexander Dopchie, Jasper Hulsteyn, Koen Segers en alle andere medewerkers: gigantische letters op de generiek en een krop in de keel), maar we zegden geen vaarwel uiteraard.
Er landt een vlinder op de tafel, het wordt een lange hete zomer, de rivieren staan droog en schuren door hun bedding, maar weldra klimt er oranje limonade (prik!) vanuit het laaggelegen maar hooggerezen Nederland over het plateau van de Kempen en zo verder van camping naar camping, over heel Europa. We klappen onze laptop dicht.

Maar eerst kijken we nog een keer in ons fotoalbum.


woensdag 30 juni 2010

Radio Hittegolf

Het is bijna zover. Eén week voor de oplevering van de nieuwe campus staan in de drie Turnhoutse departementen de kartonnen dozen klaar voor de eerste fase van de verhuis. Op de werf is de grote finale begonnen.
Tientallen ploegen van de meest diverse aannemers zijn in een helse hitte en in een clowneske kakofonie aan de laatste loodjes bezig. En soms lopen ze elkaar daarbij finaal voor de voeten.
"We halen tapijten weg, leggen plafonds dicht, schilderen en poetsen tegelijkertijd", zegt werfleider Koen. "Op dit ogenblik lijkt de chaos compleet en hier of daar slaan de stoppen al eens door, maar we zullen volgende week de grootste stukken opleveren, gegarandeerd."
In de sporthal is net de hemelsblauwe vloer uitgegoten. Het goedje komt gewoon uit verfpotten en stinkt als de pest, maar volgens de gozer van de Nederlandse firma Descol die dit levert, is het prima spul. "We hebben eerst een rubberen mat van gemalen autobanden gelegd", zegt hij. "En deze coating is polyurethaan. Als dat straks droog is, komt er nog een afwerklaag over in blauw 307 en dan is het klaar." Het is een vreemd gezicht. De sporthal is nu een reusachtig zwembad. De glinsterende vloer weerspiegelt het plafond en golft. Straks moet hij veren en kaatsen, ballen en voetzolen wegsturen. In de goede cadans, met de juiste versnelling en in een richting die naar een punt leidt. Setpunt, matchpunt, doelpunt, studiepunt.
"Er is heel veel aandacht aan de ondergrond besteed", zegt Koen. "1200 vierkante meter chape leggen zonder uitzetvoeg is geen sinecure. Dat was echt precisiewerk." Dan ontspint er zich een gesprek waaruit blijkt dat de Nederlandse firma voor de firma B werkt alhoewel de sportvloer in onderaanneming was uitbesteed aan de firma A. "Ja," zegt de man, "dat kan want eigenlijk zitten A en B internationaal in dezelfde holding. Alhoewel we in onze regio nooit met A werken maar altijd met B." Werken ze nu dus eigenlijk met B voor A. Of voor AB. Of voor een andere partij die op de achtergrond in de verfpotten roert en de geldstromen rondstuurt. Ach, economie, we hebben er helaas geen kaas van gegeten en we zullen er wel nooit wijzer van worden. Maar de vloer ligt er en volgens K., onze sportman, is het een juweeltje.
Even verderop ligt nog een mooie vloer. Dubbel zo duur. Eens zo delicaat. In de 'polyvalente zaal', die met de spiegelwand, wordt de laatste hand gelegd aan het parket. Dit is een mooie ingetogen ruimte, ondergronds, maar getemperd verlicht vanuit een lichtkuil, een gat dat het zonlicht keldert, tempelt en vangt, maar ook weer vrijlaat. Zo moet het zijn.
Op onze tocht door de rest van het gebouw zien we dat vele gangen en lokalen al klaar zijn en opgeleverd. Op deuren hangen briefjes waarop de mankementen staan die nog moeten worden wegwerkt. Verfstrepen, lijmresten, knarsende scharnieren. Uiteindelijk eindigen we bij een beeld van werfleider Koen die als een indiaan op de grond zit. Over een plan gebogen en tekenend met metserspotlood. In uiteenzetting en overleg. "Ge zoudt dat hier kunnen laten voortschieten op die snelbouw. Dat kan", zegt hij. Even een moment van rust en reflectie in de waanzinnige race tegen de deadline. De mens als meester. Het is een geruststellend gezicht in het midden van een gebouw dat - als we even razendsnel terugspoelen door deze blog - in no time ontplooid werd, bekabeld en elektronisch geanimeerd.
Ah, Radio Hittegolf. De funk is bijna voelbaar. De zin om, nog een beetje nat en lichtjes rillend, de grote wereld binnen te stappen. Verlost door de blues. Knipperend tegen het felle licht. Eerst voorzichtig, maar al snel met verende tred. En met genoeg soul en huppeldepup om tegen een stootje te kunnen.



De ultieme foto's vindt u in ons album.

woensdag 16 juni 2010

Sisyfus

Het was ons beloofd. Maandagochtend zouden we wakker worden in een ander land. Vol verwachting klopte ons hart. We konden er bijna niet van slapen. Zoals vroeger toen de Sint nog kwam. Maar helaas.
Misschien bent u in Slowakije opgestaan, maar wij hebben niets gemerkt. Er zat een hoop prut in onze ogen en de dampende koffiefilter denderde van de pot op de grond, maar verder was alles peperkoekgelijk. Dezelfde snelweg, dezelfde koeien langs de melkweg, dezelfde stoel op het werk.
Gelukkig gaan we elke week naar de nieuwe campus kijken. Vooruitblikken naar een nieuwer en rijker leven. Een sissend blik optimisme opentrekken. Vooruitgangsdenken tanken. Maar helaas. Vorige week was de oplevering een kwestie van cool blijven, perfect plannen en timen. Er kon bijna niets meer misgaan. En toch. Nu zien we in het enigszins verhitte gezicht van werfleider Koen een zweem van twijfel. Een kink of twee.
"Bwah nee, zegt hij. "Grosso modo en in grote lijnen zullen we de deadline wel halen." Maar? "Tja, we hebben een paar onverwachte tegenslagen gehad en in deze fase, net voor de oplevering, komt dat bijzonder ongelegen."

Zo kan het gebeuren dat je na een week hard werken ongeveer even ver staat als een week geleden. Omdat men een klus die bijna klaar was, helemaal moet overdoen. Dat heet "sisyfusarbeid".
"Vorige week bij het afstellen van de ventilatiekleppen is gebleken dat de leverancier een foutje heeft gemaakt in de basisinstelling."
Dat klinkt heel basic, maar toch maar even vertalen. Dit betekent dat al die kleppen opnieuw moeten worden ingesteld, daarna één voor één opnieuw moeten worden afgesteld en dat het plaatsen van de plafonds in de gangen dus heel lang moet worden uitgesteld. Met alle gevolgen van dien.
"Normaal vloek je dan een keer of twee en verlies je enkele dagen tijd, maar nu kunnen we dat echt niet hebben."

Toen de leverancier van al dit onheil, vanuit een afgelegen regio in het westen van het land, ter plaatse kwam om een en ander te checken, bleek tot overmaat van ramp dat hij het verbindingskabeltje tussen zijn laptop met de kostbare software en de ventilatieroosters thuis op de keukentafel had laten liggen.
Et alors? Alors on dance.

Ach, shit happens en een ongeluk komt nooit alleen. Dus kijken we liever naar de vele tientallen stielmannen die overal tegelijkertijd en met de juiste instelling aan het werk zijn om de boel te redden. Het ziet er niet uit ("Een mierennest", zegt Koen) en het lijkt hopeloos, maar toch is er alweer een hoop veranderd. De vloer in de agora is bijna klaar, in het auditorium ligt vast tapijt, we zien trapleuningen, kasten en zelfs een kinderbadje en zo kunnen we nog wel een tijdje doorgaan, maar u kunt evengoed in ons album kijken.
U zult het zien. Alles komt goed. In dit land, of in een ander. Als het maar vooruitgaat.